In gesprek over voedselverspilling met Arthur, duurzaamheidsexpert bij Imperial Meat Products
Een product dat overblijft, is meer dan alleen een product te veel. Er zitten grondstoffen, energie, water, verpakking, transport én het werk van heel wat mensen in. Het liefst willen we dat alles wat we produceren terechtkomt op de plek waar het voor bedoeld is: op een bord.
Maar vraag en aanbod perfect voorspellen? Dat lukt zelfs met de beste planning niet altijd. De vraag is dan niet alleen: wat doen we met het overschot? Minstens even belangrijk is: hoe kunnen we verspilling zo veel mogelijk voorkomen en hoe behouden we zoveel mogelijk waarde als er toch overschotten zijn?
Naar aanleiding van de Internationale dag tegen Voedselverspilling, kijken we samen met Arthur Wullaert duurzaamheidsexpert bij Imperial, achter de schermen. Want voedselverspilling tegengaan is vooral een verhaal van slim voorspellen, snel schakelen en samenwerken doorheen de hele keten.
Voedselverspilling aanpakken begint vóór er overschotten zijn
“Als duurzaamheidsexpert bij Imperial sta ik in voor alles wat met ESG te maken heeft: Environment, Social en Governance. Environment omvat alles wat met milieu en klimaat te maken heeft. Bij Social gaat het onder andere over inclusie, diversiteit en welzijn. Governance gaat dan weer over de structuren daarrond: hoe die thema’s beheerd worden, hoe het management ermee omgaat, beleid en meer. Ook voedselverspilling maakt deel uit van dat brede duurzaamheidsverhaal. En dan vooral hoe we dat zo laag mogelijk kunnen houden,” vertelt Arthur.
In een voedingsbedrijf is voedselverspilling tegengaan een constante wisselwerking tussen de markt monitoren, juist inkopen en volgens planning produceren. Tegelijk moeten we realistisch zijn: voedseloverschotten volledig uitsluiten is moeilijk. Het komt er dus op aan ze zoveel mogelijk te voorkomen én er slim mee om te gaan wanneer ze toch ontstaan.
Hoe beter de voorspelling, hoe kleiner het overschot
“Bij Imperial bekijken we voedselverspilling vanuit een ladder van nuttige toepassingen. Je produceert een product met een bepaalde functie. Als het niet meer voor die oorspronkelijke toepassing kan worden gebruikt, is de vraag: hoe kunnen we het alsnog zo hoogwaardig mogelijk inzetten? Voedselverspilling bevindt zich misschien aan het einde van de keten, maar het tegengaan doe je ver voor de productie start.”
Een belangrijke eerste stap is de forecast: de voorspelling van hoeveel producten we zullen verkopen. Die wordt onder andere gebaseerd op historische data en verwachte groei.
Samen met onze klanten stemmen we wekelijks de voorraden af en plannen we promoties om de productie zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en overschotten te voorkomen. Vanuit die forecast starten vervolgens het aankoopproces en de productieplanning. Toch kunnen externe factoren, zoals het weer, tekorten aan grondstoffen of productiefouten, invloed hebben op de vraag en het aanbod.
“In België hebben we een zeer accuraat voorspellingsmodel, wat het resultaat is van een mooie samenwerking over afdelingen heen. Dagelijks overleggen Sales, Productie, Supply Chain en Marketing om vingers aan de pols te houden. Daarnaast is het de ambitie om de forecast nog preciezer te maken door onder andere vol in te zetten op digitalisering.”
Eerst intern bekijken wat de mogelijkheden zijn
Toch kan er een overschot ontstaan. De vraag verandert onverwacht, er wordt meer geproduceerd dan uiteindelijk nodig blijkt of andere omstandigheden gooien de planning overhoop. Dat betekent niet altijd dat producten zomaar verloren gaan.
“Daarvoor hebben we een duidelijk proces waarbij we telkens zoeken naar de hoogst mogelijke nuttige toepassing.”
De eerste stap? Intern bekijken welke mogelijkheden er nog zijn. “Kunnen we het product via marketing nog extra ondersteunen? Kan Sales het bij andere klanten aanbieden? Kunnen we een promotie uitwerken? Dat bekijken we eerst.”
Lukt dat niet, dan onderzoeken we of de producten of grondstoffen nog in een andere toepassing verwerkt kunnen worden. Uiteraard steeds volgens de geldende regels en onze eigen hoge kwaliteits- en voedselveiligheidseisen.
Daarna externe opties bekijken
Blijft er daarna nog voorraad over en is de resterende houdbaarheid te beperkt voor onze reguliere klanten? “Dan kijken we buiten onze bedrijfsmuren en verkopen we deze aan gespecialiseerde afnemers met een eigen winkelnetwerk. Zij kunnen de producten snel en tegen een lagere prijs op de markt brengen. De producten komen dan niet meer bij onze oorspronkelijke klanten of in hun oorspronkelijke toepassing terecht, maar ze blijven wel bestemd voor menselijke consumptie.”
Producten die door een productieprobleem niet via de gebruikelijke kanalen verkocht kunnen worden, gaan ten slotte naar een gespecialiseerd bedrijf voor verdere verwerking. Waar mogelijk gebeurt dit nog voor menselijke consumptie, anders worden ze verwerkt tot dierenvoeding. Overschotten gaan trouwens verder dan afgewerkte producten alleen. “Een eindproduct bestaat uit verschillende componenten. Hoeveel je van elke grondstof nodig hebt, hangt uiteindelijk af van hoeveel eindproduct je verwacht te produceren.”
Daarnaast hebben we ook overschotten uit onze productie, zoals na het snijden van onze producten. Daarvoor staan onze collega’s ook in nauw contact met foodservice producenten. Zij kunnen deze overschotten, die perfect voor consumptie zijn maar er gewoon minder mooi uitzien, verder verwerken in maaltijden.
Kunnen we producten niet intern verwerken of via een ander commercieel kanaal inzetten? Dan worden geschikte overschotten gedoneerd aan de voedselbank.
Wanneer de vraag verandert, heeft dat een invloed op de volledige keten. “Sommige grondstoffen kunnen gelukkig langer bewaard worden. Voor bepaalde producten werken we met diepgevroren grondstoffen, onder andere vanwege temperatuurbeheersing in het productieproces.” Dat biedt tegelijk meer mogelijkheden om zorgvuldig met eventuele overschotten om te gaan.
En als consumptie niet meer mogelijk is?
Wanneer producten niet meer geschikt zijn voor consumptie, proberen we ook dan zo veel mogelijk waarde te recupereren. Verpakte eindproducten worden waar mogelijk uit elkaar gehaald, zodat de verschillende materiaal- en afvalstromen afzonderlijk verwerkt kunnen worden.
“Het product wordt uit de verpakking gehaald, zodat de verpakking en het dierlijke materiaal gescheiden kunnen worden. Dat dierlijke materiaal kan vervolgens naar een vergistingsinstallatie gaan, waar het wordt verwerkt tot biogas. Andere afvalstromen worden gerecycleerd, of kunnen via verbranding nog energie opleveren.”
Zelfs wanneer een product dus niet meer als voeding kan worden ingezet, blijft dezelfde vraag centraal: wat is op dit moment de meest zinvolle toepassing? Kunnen we materiaal recuperen? Kunnen we energie recupereren? Zo proberen we de waarde die al in een product werd geïnvesteerd zo lang mogelijk te behouden.
Minder verspillen doe je samen
Voedselverspilling tegengaan zit dus niet in één grote maatregel. Het zit in beter voorspellen, slimmer plannen, informatie delen, snel schakelen en telkens opnieuw zoeken naar de meest waardevolle bestemming voor een product.
En precies daarin zit voor Arthur de kern van duurzaamheid: niet wachten tot iets afval wordt om na te denken over wat ermee moet gebeuren, maar veel vroeger in de keten kijken waar het beter kan.
Bij Imperial blijven we dan ook kritisch kijken naar onze eigen processen en werken we samen met collega’s, leveranciers en klanten om stap voor stap beter te doen. Want ook dat is onze rol als Partner van Smaakmakers: verantwoordelijkheid nemen voor wat we maken, van grondstof tot eindbestemming.